Over winsten, groot of klein, Over het betalen van koopwaar; Over veelvuldig bestraffen der kinderen, Over bloedig kastijden van een slechten slaaf.
Schaam u niet, een dwaas of een zot terecht te wijzen, Of zelfs een grijsaard, die plannen van ontucht beraamt. Dan zult ge werkelijk verstandig blijken, En achtenswaardig voor al wat leeft!
Een dochter is voor een vader een zorgelijke schat, De zorg over haar verstoort zijn slaap; In haar jeugd: dat ze niet blijft zitten, En is ze getrouwd: dat ze niet wordt verstoten.
In haar meisjesjaren: dat ze zich niet laat verleiden, In het huis van haar man: dat ze niet ontrouw wordt; In het huis van haar vader: dat ze geen moeder wordt, In het huis van haar man: dat ze niet kinderloos blijft.
Houd uw dochter goed onder tucht, Opdat ze u geen kwade naam bezorgt, Geen gepraat in de stad of oploop van volk, U niet te schande maakt voor de bijeenkomst in de poort. De plaats, waar ze verblijft, zij geen venster, Geen plek, waar men iedereen ziet, die voorbijgaat.
Tweede afdeling. De wijsheid in de historie. Eerste deel. Lof der wijsheid in Gods schepping. Ik wil de werken Gods gedenken, En wat ik gezien heb, verkonden. Door Gods woord werden zij geschapen; Zij volbrengen zijn wil naar zijn bestel.
Gods heiligen zelfs zijn niet bij machte, Jahweh's wonderwerken te roemen. God heeft zijn legerscharen kracht gegeven, Om voor zijn glorie te kunnen bestaan.
De kracht van zijn Wijsheid staat ongeschokt, Hij alleen is van eeuwigheid. Hij wordt niet groter en niet kleiner: Geen raadsman heeft Hij van node.