Een psalm van Asaf.O God, heidenen zijn uw erfdeel binnengedrongen,zij hebben uw heilige tempel ontwijd,Jeruzalem tot puinhopen gemaakt.
Zij hebben de lijken van uw knechten gegeventot spijze aan het gevogelte des hemels,het vlees van uw gunstgenotenaan het gedierte des velds.
Stort uw grimmigheid uit over de volkendie U niet kennen, en over de koninkrijkendie uw naam niet aanroepen;
Reken ons de ongerechtigheid der voorvaderen niet toe,uw barmhartigheid kome ons haastig tegemoet,want wij zijn zeer verzwakt.
Help ons, o God van ons heil,om de heerlijkheid van uw naam;red ons en doe verzoening over onze zondenom uws naams wil.
Waarom zouden de heidenen zeggen:Waar is hun God?Laat voor onze ogen onder de heidenen bekend wordende wraak over het vergoten bloed van uw knechten.
Het zuchten der gevangenen kome voor uw aangezicht,doe de ten dode gedoemdenoverblijven naar de grootheid van uw arm.