Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt,zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel.
Zoals een boogschutter die alle voorbijgangers verwondt,is hij, die een dwaas en die dronkaards in dienst neemt.
Al heeft de luiaard zijn hand in de schotel gestoken,hij is te traag om haar naar zijn mond te brengen.
Wie zich mengt in een twist die hem niet aangaat,is als iemand die een voorbijlopende hond bij de oren grijpt.
De woorden van de lasteraar zijn als lekkernijen;zij glijden immers af naar de schuilhoeken van het hart.
Al tracht de haat zich door bedrog te verbergen,zijn boosheid komt in de vergadering wel aan het licht.
Spreuken 26 · KJV Audio
0:000:00