Ook dit zijn spreuken van Salomo, welke de mannen van Hizkia, de koning van Juda, hebben bijeengebracht.
want het is beter, dat men tot u zegt: Kom hierheen, hoger op!dan dat men u vernedere voor de aanzienlijke,die uw ogen hebben gezien.
Ga niet haastig over tot een rechtsgeding,want wat zult gij ten slotte doen,wanneer uw naaste u beschaamd maakt?
Gelijk de koelte der sneeuw in de oogsttijd,is een betrouwbare bode voor wie hem zendt;hij verkwikt de ziel van zijn heer.
Hebt gij honig gevonden, eet zoveel als u voldoende is,opdat gij er niet te veel van krijgt en het uitspuwt.
Zet uw voet niet te dikwijls in het huis van uw naaste,opdat hij niet genoeg van u krijge en u hate.
Een knots en een zwaard en een scherpe pijl,zo is iemand die als vals getuige optreedt tegen zijn naaste.
Als een afbrekende tand en een zwikkende voetis het vertrouwen op een trouweloze ten dage der benauwdheid.
Als iemand die een kleed uittrektop een koude dag, als azijn op loog,is wie liedjes zingt bij een treurig hart.
Indien uw vijand honger heeft, geef hem brood te eten,indien hij dorst heeft, geef hem water te drinken;
Een troebel gemaakte fontein en een verontreinigde bron,zo is de rechtvaardige die voor de goddeloze wankelt.