Als ik spreek in de talen van mensen en van engelen, maar geen liefde heb, dan ben ik slechts een luide gong of een schallend cimbaal.
En als ik de gave van profetie heb, als ik alle geheimen kan doorgronden en over alle kennis beschik en als ik alle geloof heb zodat ik zelfs bergen kan verplaatsen, maar geen liefde heb, dan ben ik niet van tel.
Als ik al mijn bezittingen aan de armen geef en mijn lichaam prijsgeef om te worden verbrand, maar geen liefde heb, dan baat mij dat niet.
Liefde doet anderen geen kwaad, is niet egoïstisch, raakt niet snel geïrriteerd, en koestert geen wrok.
Liefde faalt nooit, terwijl profetieën zullen verdwijnen, tongentaal zal stilvallen en kennis zal vergaan.
Toen ik een kind was, praatte ik als een kind, dacht ik als een kind en redeneerde ik als een kind, maar toen ik volwassen werd, gaf ik het kinderlijke op.
Nu kijken we immers nog in een wazige spiegel, maar dan zullen we persoonlijk kennen. Nu is mijn kennis onvolkomen, maar dan zal ik volkomen begrijpen zoals ik nu reeds volkomen word begrepen.