Wend uw blik af van een mooie vrouw, En kijk niet naar schoonheid, die u niet toekomt. Door vrouwenschoonheid kwamen velen ten val; Want de hartstocht vlamt op als een vuur.
Eet niet samen met andermans vrouw, En zit niet dronken met haar aan, Opdat het hart zich niet tot haar neige, En gij ten grave zoudt dalen in bloed.
Laat een ouden vriend niet gaan, Want een nieuwe is niet zo aanhankelijk. Als nieuwe wijn is een nieuwe vriend; Eerst als hij oud is, kunt ge hem drinken.
Benijd den trotsaard niet, al gaat het hem goed; Bedenk, dat hij niet tot de dood ongestraft blijft.
Houd u ver van den man, die macht heeft te doden, Dan hoeft geen vrees voor de dood u te kwellen; Maar moet ge hem naderen, doe niets verkeerds, Opdat hij u niet het leven beneemt. Weet, dat ge loopt temidden van strikken,