Want mijn pleitzaak en mijn geding hebt Gij berecht,als rechtvaardig rechter de rechterstoel bestegen.
Gij hebt de volken gedreigd,de goddelozen te gronde gericht,hun naam hebt Gij uitgewist voor altoos en immer;
de vijanden zijn weg – eeuwige puinhopen –,want steden hebt Gij verwoest,zelfs hun gedachtenis is vergaan.
Wees mij genadig, Here;zie mijn ellende, door mijn haters mij berokkend,Gij, die mij opheft uit de poorten des doods,
De volken zijn verzonken in de kuil die zij dolven;in het net dat zij verborgen, raakte hun voet verward.
De Here deed Zich kennen, Hij handhaafde het recht;in het werk van zijn handen is de goddeloze verstrikt. higgajon, sela
Psalmen 9 · KJV Audio
0:000:00