Van de gunstbewijzen des Heren wil ik altoos zingen,van geslacht tot geslacht zal ik uw trouwmet mijn mond verkondigen.
gerechtigheid en recht zijn de grondslag van uw troon,goedertierenheid en trouw gaan voor uw aangezicht henen.
Gij hebt weleer in een gezicht gesprokentot uw gunstgenoten en gezegd:Aan een held heb Ik hulp toebedeeld,Ik heb een verkorene uit het volk verheven;
Maar mijn trouw en mijn goedertierenheid zullen met hem zijn,en door mijn naam zal zijn hoorn verhoogd worden;
Voor altoos zal Ik jegens hem mijn goedertierenheid bewarenen mijn verbond zal voor hem vast blijven;
Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal,die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk? sela
Gedenk, Here, de smaad, uw knechten aangedaan;hoe ik in mijn boezem (de hoon) van alle grote volken draag,