Chapter 85 of 150

Psalmen85

nld_

Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (85:2) Gij zijt Uw lande gunstig geweest, HEERE! de gevangenis van Jakob hebt Gij gewend.

(85:3) De misdaad Uws volks hebt Gij weggenomen; Gij hebt al hun zonden bedekt. Sela.

(85:4) Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns.

(85:5) Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.

(85:6) Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?

(85:7) Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

(85:8) Toon ons Uw goedertierenheid, o HEERE, en geef ons Uw heil.

(85:9) Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.

(85:10) Zekerlijk, Zijn heil is nabij degenen, die Hem vrezen, opdat in ons land eer wone.

(85:11) De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen.

(85:12) De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van den hemel nederzien.

(85:13) Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven.

(85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen.

Psalmen 85 · KJV Audio
0:00
0:00