Een leerdicht van Asaf.Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos,brandt uw toorn tegen de schapen die Gij weidt?
Gedenk uw gemeente, die Gij van ouds hebt verworven,die Gij verlost hebt als de stam van uw erfdeel,de berg Sion, waarop Gij uw woning hebt gevestigd.
zij zeiden bij zichzelf: Laten wij hen altegader verdrukken.Zij verbrandden alle godshuizen in den lande.
Gij zijt het, die de zee hebt gekliefd door uw kracht,de koppen der draken in het water verbrijzeld.
Gij zijt het, die de koppen van de Leviatan hebt vermorzeld,hem aan het woestijngedierte tot spijze gegeven.
Gij zijt het, die bronnen en beken hebt opengebroken;Gij zijt het, die altijdvlietende stromen hebt doen verdrogen.
Lever de ziel van uw tortelduif aan het wild gedierte niet over;vergeet het leven van uw ellendigen niet voor immer.