Wees mij tot een rots ter woning,waarheen ik bestendig kan gaan,die Gij beschikt hebt tot mijn redding,want mijn rots en mijn vesting zijt Gij.
op U heb ik gesteund van de moederschoot aan,van het ingewand mijner moeder aan zijt Gij mijn helper;U geldt bestendig mijn lofzang.
Laten beschaamd worden en vergaan,wie mijn leven belagen;in schande en smaad zich hullen,wie mijn onheil zoeken.
wil mij dan ook tot mijn ouderdom en grijsheid,o God, niet verlaten,totdat ik aan dit geslacht uw arm verkondig,aan ieder die komt, uw sterkte.
Ja, uw gerechtigheid, o God, reikt tot den hoge,Gij, die grote dingen volbracht hebt;o God, wie is U gelijk?
Gij, die mij vele benauwdheden en rampen hebt doen zien,zult mij weder levend maken,mij uit de kolken der aarde weder doen opstijgen.
Dan zal ook ik U met de harp prijzen,uw getrouwheid, mijn God;ik zal U psalmzingen met de citer,o Heilige Israëls.