Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid,uw huis binnengaan,mij nederbuigen naar uw heilige tempel in vreze voor U.
Want in hun mond is niets betrouwbaar,hun binnenste is enkel verderf,hun keel is een open graf,zij maken hun tong glad.
Doe hen boeten, o God,laat hen vallen door hun eigen overleggingen,verstoot hen om hun vele overtredingen;want zij zijn wederspannig tegen U.
Maar verheugen zullen zich allen die bij U schuilen,altoos zullen zij jubelen, daar Gij hen beschermt,en in U zullen juichen wie uw naam liefhebben.
Psalmen 5 · KJV Audio
0:000:00