Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid,delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid;
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd,en gedaan wat kwaad is in uw ogen,opdat Gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak,zuiver in uw gericht.
Want Gij hebt geen behagen in slachtoffers,dat ik die brengen zou;aan brandoffers hebt Gij geen welgevallen.
De offeranden Gods zijn een verbroken geest;een verbroken en verbrijzeld hartveracht Gij niet, o God.
Psalmen 51 · KJV Audio
0:000:00