Chapter 148 of 150

Psalmen148

Halleluja! Looft Jahweh in de hemel, Looft Hem in den hoge;

Looft Hem al zijn engelen, Looft Hem heel zijn heir!

Looft Hem, zon en maan, Looft Hem allen, flonkerende sterren;

Looft Hem hoogste gewesten, De wateren boven de hemel!

De Naam van Jahweh moeten ze loven, Want Hij gebood, en ze werden geschapen;

Hij wees hun een plaats voor altijd en eeuwig, Hij gaf hun een wet, die ze niet overtreden.

Looft Jahweh op aarde: Monsters der zee en alle oceanen,

Vuur en hagel, sneeuw en ijzel, Stormwind, die zijn bevelen volbrengt!

Alle bergen en heuvels, Alle vruchtbomen en ceders;

Alle beesten, wilde en tamme, Kruipende dieren en gevleugelde vogels!

Alle koningen en volken der aarde, Alle vorsten en wereldbestuurders;

Jonge mannen en maagden, Grijsaards en kinderen!

De Naam van Jahweh moeten ze loven: Want zijn Naam is verheven; Zìjn glorie alleen Gaat hemel en aarde te boven!

Hij heeft de hoorn van zijn volk weer verhoogd, En de roem van al zijn getrouwen: Van Israëls zonen, Van het volk, van zijn vrienden! Halleluja!

Psalmen 148 · KJV Audio
0:00
0:00