Chapter 137 of 150

Psalmen137

Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij,als wij Sion gedachten.

Aan de wilgen aldaarhingen wij onze citers;

want daar begeerden zij die ons gevangen hielden,van ons een lied,en zij die ons mishandelden, vreugdebetoon:Zingt ons een der liederen van Sion.

Hoe zouden wij des Heren lied zingenop vreemde grond?

Indien ik u vergete, o Jeruzalem,zo vergete (mij) mijn rechterhand;

mijn tong kleve aan mijn verhemelte,als ik uwer niet gedenk,als ik Jeruzalem niet verhefboven mijn hoogste vreugde.

Reken, o Here, de kinderen Edomsde dag van Jeruzalem toe;hun die zeiden: Breekt af, breekt af,tot op de grond ermee!

Gij, dochter van Babel, ter verwoesting bestemde,gelukkig hij, die u zal vergeldenhetgeen gij ons hebt aangedaan;

gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpenen tegen de rots verpletteren.

Psalmen 137 · KJV Audio
0:00
0:00