Chapter 130 of 150
Een bedevaartslied.Uit de diepten roep ik tot U, o Here.
Here, hoor naar mijn stem;laten uw oren opmerkende zijnop mijn luide smekingen.
Als Gij, Here, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt,Here, wie zal bestaan?
Maar bij U is vergeving,opdat Gij gevreesd wordt.
Ik verwacht de Here,mijn ziel verwacht en ik hoop op zijn woord;
mijn ziel wacht op de Here,meer dan wachters op de morgen,wachters op de morgen.
Israël hope op de Here,want bij de Here is goedertierenheid,bij Hem is veel verlossing;
Hij zelf zal Israël verlossenvan al zijn ongerechtigheden.