Chapter 126 of 150

Psalmen126

Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;

Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: “Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!”

Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!

Ach Jahweh, wend ons lot weer ten beste, Als voor de dorre greppels van Négeb:

Die nu zaaien met tranen, Laat ze maaien met jubel!

Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!

Psalmen 126 · KJV Audio
0:00
0:00