Chapter 122 of 150

Psalmen122

Een bedevaartslied. Wat was ik verheugd, toen men zeide: “Wij trekken op naar Jahweh’s huis!”

En nu staan onze voeten Al binnen uw poorten, Jerusalem!

Jerusalem, als stad herbouwd, Met burgers, vast aaneen gesloten;

Waar de stammen naar opgaan, De stammen van Jahweh. Daar is het Israël een wet, De Naam van Jahweh te loven;

Daar staan de zetels voor het gericht, En het troongestoelte van Davids huis.

Jerusalem, die u liefhebben, Wensen u vrede en heil;

Vrede zij binnen uw muren, Heil binnen uw burchten!

Om mijn broeders en vrienden Bid ik de vrede over u af;

Om het huis van Jahweh, onzen God, Wil ik smeken voor uw heil!

Psalmen 122 · KJV Audio
0:00
0:00