Loof de Here, mijn ziel. Here, mijn God, Gij zijt zeer groot,Gij hebt U met majesteit en luister bekleed.
Hij zoldert zijn opperzalen in de wateren,Hij maakt de wolken tot zijn wagen,Hij wandelt op de vleugelen van de wind.
Hij doet het gras ontspruiten voor het vee,het groene kruid ter bewerking door de mens,brood uit de aarde voortbrengende
en wijn, die het hart des mensen verheugt,het aangezicht doende glanzen van olie;ja, brood, dat het hart des mensen versterkt.
Hoe talrijk zijn uw werken, o Here,Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt;de aarde is vol van uw schepselen.
Daar is de zee, groot en wijd uitgestrekt,waarin gewemel is, zonder tal,kleine zowel als grote dieren;
verbergt Gij uw aangezicht, zij worden verdelgd,neemt Gij hun adem weg, zij stervenen keren weder tot hun stof;