aan de zijde van de poorten, aan de ingang der stad,waar men de poortdeuren binnengaat, roept zij luide:
De vreze des Heren is het kwade te haten;hoogmoed en trots en boze wandelen een mond vol draaierijen haat ik.
Mijn vrucht is meer waard dan goud, ja dan gelouterd goud,mijn opbrengst meer dan uitgelezen zilver.
toen Hij aan de zee haar perk stelde,opdat de wateren zijn gebod niet zouden overtreden,en Hij de grondslagen der aarde bepaalde,
toen was ik een troetelkind bij Hem,ik was een en al verrukking dag aan dag,te allen tijde mij verheugend voor zijn aangezicht,
Welzalig de mens die naar mij luistert,dag aan dag wachthoudende aan mijn deuren,bewakende de posten van mijn poorten.
Spreuken 8 · KJV Audio
0:000:00