Opdat gij het pad des levens niet zoudt inslaan,zijn haar gangen doolwegen, zonder dat gij het weet.
opdat vreemden zich niet verzadigen met uw vermogen,en uw moeizaam verworven goedniet kome in het huis van een onbekende,
en gij zoudt zeggen: Hoe heb ik de tucht kunnen hatenen heeft mijn hart de vermaning kunnen versmaden;
waarom heb ik niet geluisterdnaar de stem van mijn leermeesters,heb ik mijn oor niet geneigdnaar hen die mij onderrichtten!
een liefelijke hinde, een bekoorlijke ree;laat haar boezem u te allen tijde vreugdedronken maken,wees bestendig verrukt over haar liefkozingen.
Spreuken 5 · KJV Audio
0:000:00