De goddeloze gaat op de vlucht, zonder dat iemand vervolgt,maar de rechtvaardige voelt zich veilig als een jonge leeuw.
Door opstandigheid van het land zijn zijn vorsten vele,maar door een man van inzicht en verstandheeft het recht een lange duur.
Wie de wet betracht, is een verstandig zoon,maar wie het met de doorbrengers houdt,maakt zijn vader te schande.
Wie zijn vermogen door rente en woeker vermeerdert,verzamelt het voor hem die zich over de geringen ontfermt.
Wie de oprechten op een slechte weg voert,zal in zijn eigen kuil vallen,maar de rechtschapenen zullen geluk beërven.
Als de rechtvaardigen juichen, is de heerlijkheid groot,maar als de goddelozen tot macht komen,verbergen zich de mensen.
Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn;maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.
Een vorst zonder inzicht bedrijft veel afpersingen,maar wie onrechtmatig gewin haat, verlengt zijn dagen.
Wie zijn akker bewerkt, zal zich met brood verzadigen;maar wie ijdele dingen najaagt, zal zich met armoede verzadigen.
Wie zijn vader en zijn moeder iets ontrooften denkt: het is geen zonde,die is een metgezel van de misdadiger.