De Spreuken van Salomo.Een wijs zoon verheugt zijn vader,maar een dwaas zoon is een bekommering voor zijn moeder.
Wie verzamelt in de zomer, is een verstandig zoon;wie slaapt in de oogsttijd,is een zoon die zich schandelijk gedraagt.
Op de lippen van de verstandige wordt wijsheid gevonden,maar de roede is voor de rug van de verstandeloze.
Een pad ten leven is hij, die de vermaning in acht neemt,maar wie de terechtwijzing veracht, doet dwalen.
Zoals het een vermaak is voor de dwaasschanddaden te bedrijven,zo is het met de wijsheid voor de man van verstand.
Als de stormwind voorbijgaat, dan is de goddeloze niet meer,maar de rechtvaardige staat als een duurzame grondslag.
De weg des Heren is een beschutting voor de oprechten,maar onheil voor de bedrijvers van ongerechtigheid.