Hij zei tegen zijn dienaren: “Dit is Johannes de Doper; hij is uit de dood verrezen en daarom beschikt hij over deze bijzondere krachten.”
Herodes had Johannes namelijk laten arresteren, boeien en gevangenzetten wegens Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus.
Herodes wilde Johannes doden, maar hij was bang voor de mensen, omdat die Johannes als een profeet beschouwden.
Op de verjaardag van Herodes danste de dochter van Herodias voor de gasten en Herodes beleefde daar zoveel plezier aan,
Daarom zei ze, opgestookt door haar moeder: “Geef mij hier, op een schaal, het hoofd van Johannes de Doper.”
Hoewel de koning ontsteld was, beval hij, omwille van wat hij had gezworen in het bijzijn van zijn gasten, dat haar verzoek moest worden ingewilligd.
Johannes' hoofd werd op een schaal naar binnen gebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder.
Toen kwamen Johannes' leerlingen zijn lichaam ophalen. Ze begroeven het en gingen dat aan Jezus vertellen.
Toen Jezus hun verslag gehoord had, vertrok Hij in een boot naar een afgelegen plaats om alleen te zijn. De mensenmassa hoorde dat en volgde Hem te voet vanuit de steden.
Toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte. Hij kreeg medelijden met de mensen en genas hun zieken.
Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: “Dit is een afgelegen plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen toch weg, zodat ze naar de dorpen kunnen gaan om eten voor zichzelf te kopen.”
Hij droeg de mensen op om plaats te nemen op het gras, nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak een zegengebed uit, brak de broden in stukken en gaf die aan zijn leerlingen. Zij gaven ze door aan de mensen,
en ze aten allen totdat ze voldaan waren. De overgebleven brokken werden verzameld, wel twaalf manden vol.
Het aantal mannen die hadden gegeten, dus zonder de vrouwen en kinderen te tellen, bedroeg ongeveer vijfduizend.
Meteen daarna droeg Jezus zijn leerlingen op om in de boot te stappen en voor Hem uit het meer over te steken, terwijl Hij de mensenmassa naar huis stuurde.
Nadat Hij de mensenmassa naar huis had gestuurd, ging Hij alleen de berg op om te bidden. Toen het avond werd, was Hij daar alleen.
De boot bevond zich op dat moment reeds op een grote afstand van de kust en werd door de golven heen en weer geslingerd, omdat ze de wind tegen hadden.
Toen zijn leerlingen Hem over het meer zagen wandelen, werden ze doodsbang en zeiden ze: “Het is een spook!” Ze schreeuwden het uit van angst.
Maar toen Petrus merkte hoe hard het waaide, werd hij bang en begon hij te zinken. Hij riep: “Heer, red mij!”
Jezus stak meteen zijn hand uit, greep hem vast en zei tegen hem: “Jij kleingelovige, waarom twijfelde je?”
De anderen in de boot vielen voor Jezus op hun knieën en zeiden: “U bent werkelijk de Zoon van God!”
De mannen van die plaats herkenden Hem en lieten zijn komst in de gehele streek bekendmaken, zodat alle mensen hun zieken kwamen brengen.