Want de pijlen des Almachtigen steken in mij,welker gif mijn geest inzuigt;Gods verschrikkingen stellen zich in slagorde tegen mij op.
Dat zou nog vertroosting voor mij zijn,ja, ik zou van vreugde opspringenbij het leed, dat Hij niet spaart,omdat ik de woorden van de Heilige niet heb verloochend.
Wat is mijn kracht, dat ik zou kunnen wachten,en wat is mijn vooruitzicht, dat ik nog langer zou willen leven?
ten tijde dat zij gaan afnemen, verdwijnen zij geheel;wanneer het heet wordt, drogen zij uit in hun bedding.
Komt toch tot bezinning, laat er geen onrecht geschieden;ja, komt weer tot bezinning, mijn recht staat vast.
Job 6 · KJV Audio
0:000:00