Indien zijn dagen vastgesteld zijn,het getal zijner maanden bij U bepaald is,Gij zijn grenzen gesteld hebt, die hij niet zal overschrijden,
wend dan uw blik van hem af, opdat hij rust vinde,zodat hij als een dagloner behagen scheppe in zijn dag.
Want voor een boom blijft er nog hoop;wordt die omgehouwen, hij loopt weer uit,en zijn nieuwe scheuten blijven niet achterwege.
Maar wanneer een man sterft, dan ligt hij krachteloos neer;geeft een mens de geest, waar is hij gebleven?
zo legt een mens zich neer en staat niet weer op;totdat de hemelen niet meer zijn, ontwaken zij nieten worden niet wakker uit hun slaap.
Och, of Gij mij in het dodenrijk wildet versteken,mij verbergen, totdat uw toorn geweken was;dat Gij mij een tijd steldet en dan weer aan mij dacht.
Als een mens sterft, zou hij herleven?Dan zou ik hoop hebben al de dagen van mijn zware dienst,totdat mijn aflossing zou komen.
het water stenen afslijpt,zijn stromen het stof der aarde wegspoelen,zo vernietigt Gij des mensen hoop.
Zijn zonen mogen tot ere komen, maar hij weet het niet;of komen zij tot lage staat, hij bemerkt niets van hen.