Broeders en zusters, als iemand op een overtreding wordt betrapt, moeten jullie die de Geest hebben, hem op zachtmoedige wijze corrigeren en opletten dat je zelf niet ook in verleiding komt.
Laat iedereen zijn eigen gedrag evalueren, dan heeft hij iets waarop hij fier kan zijn zonder zich met een ander te vergelijken.
Wie wordt onderricht in de christelijke leer en degene die dat onderricht geeft, moeten al het goede dat zij hebben met elkaar delen.
Wie ‘zaait’ in zijn zondige natuur, oogst van die zondige natuur de ondergang, maar wie ‘zaait’ in de Geest, oogst van de Geest het eeuwig leven.
Laten we dus, telkens wanneer we daartoe de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor alle mensen en vooral voor onze geloofsgenoten.
Zij die een goede indruk op de mensen willen maken, proberen jullie te dwingen je te laten besnijden, enkel om vervolging omwille van het kruis van Christus te vermijden.
Want zelfs zij die zich hebben laten besnijden, houden zich niet aan de Wet. Maar ze willen wel dat jullie worden besneden, zodat ze over jullie besnijdenis kunnen pochen.
Ik wil echter absoluut niet pochen, tenzij over het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor ik met de wereld heb afgerekend, en de wereld met mij.
Het is niet van belang of je besneden of onbesneden bent; wat telt is of je een nieuwe creatie bent.
Aan wie zich aan deze regel houdt – en aan allen die bij Gods volk horen – wens ik zijn vrede en mededogen toe.