Jerusalem, leg af het gewaad van uw droefheid en nood, En bekleedt u voor eeuwig met de stralende glorie van God;
Sla de mantel der gerechtigheid om, door God u geschonken, Zet op uw hoofd de gloriekrans, waarmee de Eeuwige u kroont!
Op, Jerusalem, bestijg de hoogte, en blik naar het oosten: Zie uw zonen, bijeengebracht door het woord van den Heilige Van de opgang der zon tot haar ondergang, Vol vreugde, dat God ze gedenkt!
Waarachtig, te voet zijn ze van u heengegaan, Weggesleept door den vijand, Maar God brengt ze tot u terug, In glorie gedragen als op een koningstroon.
Want God heeft bevolen, iedere hoge berg En eeuwige heuvelen te slechten, De dalen tot een effen bodem te vullen, Opdat Israël veilig kan gaan in de glorie van God;
Baruch 5 · KJV Audio
0:000:00