Plots kwam uit de hemel een geluid dat leek op dat van een hevige windvlaag. Het vulde het hele huis waar ze zich bevonden.
Toen verscheen bij hen iets dat leek op vlammen die zich verspreidden en op elk van hen bleven rusten.
Ze raakten allen vervuld van de Heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest het hun ingaf om uit te spreken.
Nu woonden er in Jeruzalem Joodse mensen die God respecteerden en die uit alle landen in de wereld afkomstig waren.
Toen dit gebeurde, kwamen velen van hen op het geluid af; ze waren verbaasd dat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.
– zowel Joden als mensen die zich tot het jodendom hadden bekeerd – en Kretenzen en Arabieren, we horen hen in onze eigen talen spreken over Gods machtige daden!”
Toen stond Petrus op, samen met de andere apostelen, en sprak hen op luide toon toe: “Joden en alle inwoners van Jeruzalem, luister en laat mijn woorden goed tot jullie doordringen.
‘Tegen het einde van de tijd, zegt God, zal Ik mijn Geest uitstorten over alle mensen. Jullie zonen en dochters zullen profeteren; jullie jongeren zullen visioenen krijgen en jullie ouderen dromen.
De zon zal duister worden en de maan bloedrood, voordat de grote en glorierijke Dag van de Heer aanbreekt.
Israëlieten, luister naar dit nieuws: God heeft jullie gewezen op Jezus van Nazaret. Zoals jullie weten heeft God immers door deze Man machtige daden, wonderen en tekenen gedaan waar jullie zelf bij waren.
En overeenkomstig Gods onveranderlijke plan en voorkennis werd Jezus aan jullie overgeleverd. Jullie hebben Hem door slechte mensen laten kruisigen en doden.
God heeft Hem echter tot leven gewekt en Hem zo bevrijd van de kwelling van de dood, want het was onmogelijk dat Hij in zijn greep zou blijven.
David schreef namelijk over Hem: ‘Ik hield de Heer voortdurend voor ogen. Omdat Hij aan mijn zijde is, wankel ik niet.
want U laat mijn ziel niet in het dodenrijk achter en U laat uw toegewijde niet tot ontbinding overgaan.
Volksgenoten, wat onze voorvader David betreft kan ik jullie met stelligheid zeggen dat hij gestorven en begraven is en dat zijn graf vandaag nog bij ons is.
Maar hij was een profeet en hij wist dat God hem had gezworen dat een van zijn afstammelingen op zijn troon zou zitten.
Hij voorzag de verrijzenis van de Messias en zei dat Hij niet in het dodenrijk zou worden achtergelaten en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.
Hij is verheven naar Gods rechterzijde, ontving de Heilige Geest die de Vader had beloofd, en heeft geschonken wat jullie nu zien en horen.
Want David is niet naar de hemel gegaan, maar toch zegt hij: ‘De Heer zei tegen mijn Heer: Neem plaats aan Mijn rechterzijde,
Daarom mogen alle Israëlieten er zeker van zijn dat God deze Jezus, die jullie hadden gekruisigd, tot zowel Heer als Messias heeft aangesteld.”
Toen de mensen dit hoorden, werden ze diep in hun harten geraakt en vroegen ze Petrus en de andere apostelen: “Vrienden, wat moeten we doen?”
Petrus antwoordde: “Jullie moeten allemaal tot inkeer komen en je laten dopen in de naam van Jezus Christus, opdat jullie zonden worden vergeven en jullie als geschenk de Heilige Geest ontvangen.
Want de belofte geldt voor jullie, voor jullie kinderen en voor alle mensen ver weg, voor iedereen die de Heer onze God zal roepen.”
Hij vervolgde zijn getuigenis met nog meer argumenten en spoorde hen aan: “Laat je redden uit deze corrupte wereld!”
De mensen die Petrus' boodschap aanvaardden, werden gedoopt. Die dag werd hun aantal uitgebreid met ongeveer drieduizend personen.
Ze wijdden zich aan het onderwijs van de apostelen, het onderling samenzijn, de gezamenlijke maaltijd en de gebeden.
Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind bijeen op het tempelterrein; thuis braken ze het brood en aten ze gezamenlijk met een blij en oprecht hart.