Toen wij het niet langer konden uithouden, leek het ons daarom beter om zelf in Athene achter te blijven,
en Timoteüs te sturen. Hij is onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. We stuurden hem naar jullie toe om jullie in je geloof te sterken en aan te moedigen,
opdat niemand onzeker zou worden wegens de huidige moeilijkheden. Jullie wisten immers dat dit ons zou overkomen.
Toen wij bij jullie waren, hebben we jullie reeds verteld dat we verdrukt zouden worden, en zoals jullie weten is dat gebeurd.
Daarom heb ik Timoteüs gestuurd toen ik het niet langer kon uithouden, om te weten te komen hoe het ging met jullie geloof. Ik vroeg me namelijk af of de verleider jullie had verleid en onze moeite vergeefs was geweest.
Maar nu is Timoteüs bij ons teruggekomen met het goede nieuws over jullie geloof en liefde. Ook heeft hij verteld dat jullie nog altijd positief over ons denken en er evenzeer naar verlangen ons te zien als wij jullie.
Het is daarom, broeders en zusters, dat wij in al onze nood en moeite bemoedigd zijn door jullie geloof.
Hoe kunnen wij God voldoende danken omwille van jullie? We zijn vol vreugde wanneer we in Gods aanwezigheid aan jullie denken.
Dag en nacht bidden we vurig dat we jullie weer persoonlijk mogen zien, en mogen aanvullen wat er nog aan jullie geloof ontbreekt.
Ook bid ik dat de Heer jullie liefde voor elkaar en voor allen zal doen groeien en toenemen, zoals dat gebeurt met onze liefde voor jullie,