Romeinen 1:30

nld_1939Romeinen 1:30

kwaadsprekers, godvergeten, onbeschaamd, verwaand, grootsprekers en zinnend op kwaad; ongehoorzaam zijn ze aan hun ouders,

eng_kjvRomans 1:30

Backbiters, haters of God, despiteful, proud, boasters, inventors of evil things, disobedient to parents,