nld_1939Deuteronomium 16:21
Ge moogt geen gewijde bomen planten, van welke soort dan ook, naast het altaar van Jahweh, uw God, dat gij voor u zult bouwen,
eng_kjvDeuteronomy 16:21
¶ Thou shalt not plant thee a grove of any trees near unto the altar of the LORD thy God, which thou shalt make thee.