nld_Deuteronomium 15:8
Maar gij zult hem uw hand mildelijk opendoen, en zult hem rijkelijk lenen, genoeg voor zijn gebrek, dat hem ontbreekt.
eng_kjvDeuteronomy 15:8
But thou shalt open thine hand wide unto him, and shalt surely lend him sufficient for his need, in that which he wanteth.